Tag: trailer

Gaat dat zien!

‘Sorry, mag ik er even langs?’ Net als de lichten doven en de hoofdfilm start, moet je verdorie uit je bioscoopstoel opstaan.
Deze hinderaars zijn de echte filmliefhebbers, laatkomers daargelaten. De cinefiel houdt namelijk niet van trailers. Net als muzikanten niet van dansen houden. Zo’n korte teaser geeft simpelweg te veel weg.

De filmtrailer is een persuasief middel. En ik houd over het algemeen niet van persuasieve middelen. Zelfs de filmhuisfilms ontkomen niet aan de obligate tweeënhalve minuut ‘voorpret’.
Wel vind ik het interessant om deze filmvorm te ontleden, dus ben ik altijd op tijd voor een film. Filmstudio’s gebruiken de volgende hoofdelementen in een gemiddelde trailer:
• enthousiasme creëren en de film van zijn goede kant laten zien
• de hoofdrolspelers (filmsterren) tonen
• vertellen waar de film over gaat, zonder té veel te vertellen
• informatie geven over de makers van de productie

Maar hoe is de trailer eigenlijk ontstaan?

De eerste trailer verscheen in 1913 in een New Yorks filmtheater. Destijds kon je je uren achtereen in de zaal verschansen waar speelfilms en korte films elkaar afwisselden. Om dit te onderbreken kwam de marketingmanager met een promo voor een Broadway-voorstelling; het werd een hit. Die trailer kwam in die tijd aan het eind van de hoofdfilm, vandaar de naam.
Vanaf dat moment was de trailer een feit en vond wereldwijd zijn weg in bioscopen. In zijn 100-jarige geschiedenis zijn er heel wat varianten voorbijgekomen.

In de hoogtijdagen van de in Hollywood geproduceerde speelfilms (jaren 40 en 50) draaide alles om de protagonisten.

Sterren als Humphrey Bogart, Vivien Leigh en Cary Grant werden prominent in beeld gebracht. Schermbrede titels versterkten dat. Een trailer had verder weinig opschmuck.

De jaren 60 en 70 waren van de auteurscinema. Hitchcock leidt ons rond in het Psycho-huis en Stanley Kubricks trailer voor Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb is nog steeds onnanavolgbaar.

Het gaat niet om het lineaire verhaal maar om het ‘gevoel’. De kwaliteit werd onderstreept door citaten uit recensies van gezaghebbende media.

De jaren van de kaskrakers daarna sloegen het genre plat. Een onheilspellende stem, opzwepende muziek en explosies waren aan de orde van de dag. Ondertussen werd de complete verhaallijn onthuld.

De creatieve armoede, waar ook het grafisch ontwerp uit die tijd aan leed, deed de trailer geen goed.

Sindsdien is er niet veel veranderd. Nou ja, afhankelijk van het genre zijn er minder explosies en de voice-over is iets vriendelijker geworden,

Het is trouwens geen uitzondering dat een filmproductieschema aangepast wordt voor de trailer. Zo kan de versie met het showpiece het internet op om zieltjes te winnen. Want er zijn tegenwoordig veel meer platformen om een film te promoten. Steeds meer wordt de trailer daarom een productie op zich.

Terugkijkend heeft elk tijdvak gelukkig ook geslaagde kunstwerkjes, zie de trailer van La Giovinezza.

Maar het kan ook heel eenvoudig zijn, zoals in de nieuwe Van Warmerdam. Gaat dat zien!

Bronnen: filmmakeriq.com en wired.com

Wat een filmtrailer over Lance Armstrong ons kan leren over storytelling

Ja sorry hoor mensen, daar gaan we weer. De Beschermheer kan het niet laten een crossover te maken tussen zijn vak en dit blog. Storytelling dit keer.

Communicatie heeft alles te maken met het vertellen van verhalen. Daar is een goede reden voor. Verhalen zijn namelijk niet alleen makkelijk te onthouden, ze zijn ook hóe we onthouden. Ons geheugen is opgebouwd uit verhalen. Het bewijs: toen de wereld nog van media verschoond was (lekker rustig trouwens), werden verhalen verteld om belangrijke gegevens en wijze lessen over te dragen.

Anyway, nu komt het. Een verhaal vertellen is één, maar hoe weet je nou of een verhaal een verhaal is en of het ook een goed verhaal is? Een verhaal is een weergave van feiten, verrijkt met emotie. Verhalen doen een beroep op ons voorstellingsvermogen en onze emoties. We worden er verdrietig van, of blij, of boos, of teleurgesteld, etc. De Beschermheer heeft daarnaast een check bedacht om te kijken of een verhaal een behoorlijke kracht heeft. Als je er een boeiende filmtrailer van 1 minuut van kunt maken, dan is het goed.

Om te checken of zijn check werkte, nam hij het verhaal van Lance Armstrong. Hij fabriceerde, met dank aan iMovie, de volgende trailer in elkaar:

Ok, het verhaal van Lance is geslaagd voor de test. Dat kon ook moeilijk anders, want het verhaal van Lance verloopt volgens het standaardpatroon van een verhaal uit de oudheid. Dit is namelijk de opbouw van een Griekse huis-tuin-en-keuken mythe: kampioen doet het leuk en aardig, ontmoet tegenslag, worstelt zich er doorheen en komt sterker en wijzer uit de strijd terug.

Loft (+++1/2)

De Beschermheer en mevrouw de Beschermheer keken onlangs samen naar Loft, een film die dateert uit 2010 en een remake is van een Vlaamse film met dezelfde titel. Overigens, halverwege de film hebben wij deze onderbroken om via Wikipedia te achterhalen wat een loft nou eigenlijk precies is. Het verhaal, volgens, Moviemeter: “Vijf getrouwde mannen delen stiekem een loft, waar ze stijlvol en in alle rust hun minnaressen en liefjes ontvangen. Een prima regeling, tot ze op een winterochtend het lijk aantreffen van een jonge vrouw. Geen van hen weet wie de vrouw is, waar ze vandaan komt en hoe ze terecht is gekomen in de loft waarvan alleen zij de sleutel bezitten. Noodgedwongen proberen de vrienden zelf uit te zoeken wat er gebeurd is en waarom, maar al vlug beginnen ze elkaar te wantrouwen en zal blijken dat ze veel minder van elkaar afweten dan ze dachten.”

Eerlijk gezegd kun je de laatste tijd geen film van Nederlandse makelij bekijken zonder in het gezicht te staren van Barry Atsma danwel Anna Drijver en meestal allebei. De Beschermheer was dan ook nauwelijks verrast het duo tegen te komen in deze film. Ze spelen hun rol met verve, dat moet gezegd. Al moet het voor Atsma niet al te moeilijk zijn om een good looking vreemdgaande man met kinderen te spelen, het is zijn core business. Nog iemand die niet meer van welk beeldscherm dan ook af te slaan is: Jeroen van Koningsbrugge. Ook hém hebben ze het niet al te moeilijk gemaakt. De rol van de te veel drinkende en faluwe grappen makende Willem is hem op het lijf geschreven.

Loft is best een redelijk goed geacteerde film en behoorlijk onderhoudend. De sfeer is erg consequent in beeld gebracht door Antoinette Beumer. Het plot voelt een beetje als een variant op de tien kleine negertjes, waarbij er steeds eentje afvalt vanwege zus of zo. De grote fout die dan al snel op de loer ligt, wordt helaas gemaakt: het verhaal heeft nét wat te veel wendingen. Ander zwak punt is dat de vijf vrienden te veel van elkaar verschillen. In het echte leven zouden deze vijf nooit vrienden geweest zijn en al helemaal niet samen naar een bouwbeurs in Düsseldorf gaan.
Verder niets dan Loft (haha, flauw). Drieënhalve ster derhalve. En hier zoals  u van ons gewend bent, de trailer.

Gooische Vrouwen (+++1/2)

Gastauteursbijdrage van Mevrouw de Beschermheer!

De film Gooische Vrouwen draait in de kern om vier in ’t Gooi woonachtige vriendinnen, die feitelijk weinig met elkaar gemeen hebben, maar elkaar toch steeds opzoeken omdat ze dankzij hun onhandigheid, onnozelheid, onwetendheid en onzekerheid in een penibele situatie terecht komen.

Cheryl (Linda de Mol), de rijkste van de vier, is getrouwd met de uit de Jordaan afkomstige levensliedzanger Martin Morero (Peter Paul Muller). Het huwelijk van dit niet al te intellectuele stel staat flink onder druk vanwege de seksuele escapades van manlief. Met borstvergroting hoopt Cheryl haar man volledig voor zich te winnen. De kleine, gezette Roelien (Lies Visschedijk) stelt zich in deze film, meer dan in de serie, op als een extreem ecologisch verantwoord natuurbeschermer, die op onorthodoxe wijze probeert te voorkomen dat een oerboom gekapt wordt. Ook haar privérelatie met Evert (Leopold Witte) kent de nodige obstakels. Vrijgezel Anouk (Susan Visser) krijgt het met haar dochter aan de stok als die haar betrapt op een op handen zijnde knuffelpartij met één van haar mannelijke schilderscursisten. Deze reeds talentvolle kunstenaar is volstrekt niet in de cursus, maar in haar geïnteresseerd. Claire (Tsjitske Reidinga), de laatste van het kwartet, heeft haar drankverslaving weten te beëindigen en vervult met trots haar nieuwe rol als grootmoeder. Dankzij haar liefhebbende minnaar Dirk (Marcel Musters) krijgt de ijdele Claire er een paar kilo’s bij, maar ach, verder lijkt alles onder controle. Totdat haar dochter met de mededeling komt naar Burkina Faso te verkassen en ze door Dirk ten huwelijk wordt gevraagd. Door samenloop van hilarische omstandigheden raken de vier verzeild in Parijs, waar ze met andere lotgenoten tot bezinning komen.

De film Gooische Vrouwen sluit naadloos aan op de serie, maar staat in principe ook op zichzelf. De karakters zijn bijzonder overdreven, maar toch ook erg herkenbaar, getuige de reacties in de zaal in Zeist. Soms waren de grappen eenvoudig en flauw, maar bij veel dialogen kon ik een lach niet onderdrukken. Het was duidelijk dat de actrices op borstformaat gescreend waren; de decolletés vlogen om de oren. Meldenswaardig is ook het script van de dokter c.q. psychiater in deze film. Ik heb even geturfd, maar in die paar scènes heeft hij (Derek de Lint) werkelijk niets gezegd. Voor wie lekker een avond wil ontspannen of behoefte heeft aan ‘zelfrelativering’ is deze film een aanrader. Vriendinnengroepen analyseren aansluitend wie het beste past bij welk typetje, let maar op!
Aantal sterren: 3,5

The big Lebowski (++++)

Na het vele plezier dat de Voorzitter en de Beschermheer beleefden bij No country for old men en True Grit was een eerdere film van de Coen brothers hoog op het verlanglijstje van laatstgenoemde NUt-bestuurslid komen staan. Helaas komt deze film bepaald niet dagelijks op tv. En videotheken zijn zoooo 1998, het jaar waarin overigens de film geproduceerd werd. Gelukkig was een collega zo vriendelijk om een DVD uit te lenen, waarvoor hartelijk dank.

Jeff Bridges als The dude - foto: starvingartistsguide.blogspot.com

Door tijdgebrek lag de DVD een tijdje op een plank in de kast te wachten, ver buiten het bereik van de grijpgrage handjes van de kinderen van de Beschermheer, die in hun enthousiasme al menig zilveren schijfje onherstelbaar beschadigd hebben. Toen het afgelopen zaterdag dan toch zo ver was, bleek de DVD-speler dienst te weigeren. Dan maar de computer op een tafeltje gezet, chips en icetea aangesleept en kijken maar!

En lachen. Want The big Lebowski bleek een hilarische film waarvan het plot nauwelijks te beschrijven is. Net als in hun andere films hebben de Coen Brothers een zeer apart sfeertje weten te scheppen. Hoewel de film het stempel 18 jaar of ouder meegekregen heeft, is het eigenlijk een onschuldig verhaal over een werkloze man (Jeff Bridges) in Los Angeles, met een heerlijke hobby: bowlen. Samen met zijn bowlingmaatjes Walter (John Goodman), een stevig gebouwde Vietnam veteraan met alle kenmerken van een PTSS, en Donny, een nogal nerveus mannetje, neemt hij deel aan een competitie met nogal wat merkwaardige tegenstanders. Dit is echter slechts een continu aanslepende bijzaak. De hoofdzaak start ermee dat de werkloze man, die zichzelf the dude noemt, verwisseld wordt met zijn rijke naamgenoot Jeffrey Lebowski. Diens vrouw, een porno-actrice, heeft zich in de schulden gestoken en de schuldenaars komen verhaal halen bij onze bowler. Omdat die geen geld heeft, jatten ze zijn tapijt. Als the dude zijn rijke naamgenoot hiervoor aansprakelijk wil stellen, begint het balletje te rollen. Wat volgt is een onnavolgbaar hilarisch plot, waarbij the dude en Walter zich aardig in de nesten werken en Donny uiteindelijk overlijdt aan een hartaanval. Natuurlijk lukt zelfs het uitstrooien van de as van de crematie niet op een normale manier.

Het komt niet vaak voor dat de Beschermheer zo uitbundig moet lachen als hij deed bij The big Lebowski. De humor is herkenbaar na het bekijken van de Coen Brothers’ jongste creatie: True Grit. De film gaat overal en nergens over, maar is bijzonder goed uitgewerkt en steekt visueel knap in elkaar. De dialogen zijn hilarisch, Jeff Bridges en John Goodman zijn top. Een minpunt vonden wij echter de scenes die samenvallen met de bewusteloosheid van de hoofdpersoon. Ze doen een beetje zweverig aan en daar houden wij niet zo van. Daarnaast beseffen we dat het een film is die niet door iedereen gewaardeerd zal worden. Het is een soort humor waar je gevoelig voor moet zijn. Vier sterren derhalve: ++++

De trailer:

Haantjes – Kluun (+++)

De Beschermheer kreeg zeer onlangs van zijn moeder een boek in de handen geduwd. Het bleek te gaan om het nieuwste werk van Kluun: Haantjes. Het voorbije, koude weekend was een prima moment om aan het lezen te slaan.

In Haantjes komen we een aantal bekende personages tegen. Ten eerste is er Stijn. Inderdaad, het karakter dat in Komt een vrouw bij de dokter voor zoveel emotionele reacties bij vele lezers zorgde. Ook in dit nieuwe verhaal van Kluun is hij niet helemaal van onbesproken gedrag, al valt het mee met de slippertjes. We ontmoeten ook weer Frenk, Carmen en Luna, alle bekend van eerdere werken van Kluun. Overigens speelt deze roman zich af vóórdat Carmen haar fatale borstkanker krijgt, een slimme move van Kluun, want met een onbelast verleden kan hij veel vrijer manoeuvreren met zijn personages.

In Haantjes koppelt Kluun de reclamewereld aan die van de Amsterdamse homoscene. Stijn probeert met zijn partner Frenk het bureau Merk in uitvoering van de grond te krijgen, maar na een jaar en een heleboel creatieve sessies met vooraanstaande klanten is eigenlijk hun secretaresse Maud het enige geslaagde project.

En dan komen de Gay Games naar Amsterdam. Charles, een gladde nicht met een perfect lichaam en een kennis van Frenk, komt met een perfect concept op de proppen: een complete merchandising lijn van artikelen met vlaggen van vele landen waarbij de kleur rood vervangen wordt door roze. Stijn en Frenk laten zich, ondanks sceptische reacties van Maud en Carmen, het hoofd op hol brengen en besluiten op deze kans in te stappen. Uitgerekend deze twee baanbrekende reclamemakers stapelen vervolgens fout op fout. Als opperhetro’s kennen ze hun doelgroep niet, doen geen onderzoek naar de concurrentie en kopen ze volledig verkeerd in. Ze stevenen, kortom, in volle vaart af op een enorme zeperd.

De stijl van Kluun is herkenbaar en prettig, of in ieder geval toch zeer toegankelijk. Het boek, waarvan de kaft fraai vormgegeven is, leest dan ook als een trein. Bovendien is het erg grappig, vooral voor lezers die enige kennis hebben van de reclamewereld. Vooral het spel tussen de twee met testosteron geladen ondernemers en hun allesbehalve domme secretaresse Maud is door Kluun goed in elkaar gezet. Helaas is het wel zo dat met het omslaan der pagina’s het verhaal steeds minder komisch en meer voorspelbaar wordt. Dat is wat jammer. Ook is een aantal passages toegevoegd waarin Stijn worstelt met het vaderschap van zijn nog zeer jonge dochter. Het is ons niet helemaal duidelijk wat dit aan het verhaal toevoegt, al is het gezien de toekomst die in het verschiet ligt in de eerder verschenen boeken ergens wel logisch.

Evengoed blijft het wat ons betreft een leuk boek, alleszins de moeite waard om te lezen. Wij kennen het drie NUtsterren toe: +++

Overigens heeft Kluun, heel multimediaal, een trailer voor het boek online gezet. Hier istie: