Tag: voetbal

Dubbelgangers: Theo Reitsma en Wouter Klootwijk

In deze aflevering van dubbelgangers een blik op twee echte Hollandse, verweerde koppen. Het zijn mannen die doen denken aan grootmoeders stamppot of een eenzame fietser met wind tegen. Qua uiterlijk zouden deze mannen dan misschien wel broers kunnen zijn, qua stijl daarentegen zijn ze eerder tegenpolen.

Theo Reitsma (1942, links) heeft een lange loopbaan bij Studio Sport achter de rug. Hij was commentator bij honkbal, boksen, atletiek en voetbal. Bij die laatste sport was hij de opvolger van de beroemde Herman Kuiphof. Reitsma is bekend om zijn deskundige, ingetogen, vrij zakelijke wijze van verslaggeven. De secretaris en zijn vader vonden hem unaniem op zijn allersterkst bij atletiek. Reitsma was altijd op de hoogte van zinvolle achtergrondfeitjes, wist goed te doseren en leek hoorbaar evenveel geïnteresseerd in Carl Lewis als in een Wit-Russische discuswerpster vol anabolen.

Zijn voetbalcommentaar was altijd een voldoende, maar hier en daar misten we de emotie. Dit neemt niet weg dat ook Theo een paar keer uit zijn dak ging tijdens het EK 1988. Zijn uitspraken op de finaledag (‘Oh, wat een goal’, met overslaande stem na Van Bastens droomgoal en ‘Hier zit een goed stel, hoor’ tijdens de ceremonie op de tribune) zijn inmiddels in ons collectieve geheugen opgeslagen.

De drie jaar jongere Wouter Klootwijk was al bijna met pensioen, toen hij in 2003 landelijke bekendheid verwierf door het RVU-programma ‘De keuringsdienst van waarde’. Klootwijk en zijn collega’s maakten medewerkers uit de foodsector soms gek met hun zuigende, doch tactvol geformuleerde vragen naar de gekste details van hun producten. Los daarvan was het programma wel degelijk leerzaam en beïnvloedde het ongetwijfeld het koopgedrag van duizenden Nederlanders.

Momenteel is Klootwijk bezig aan zijn tweede eigen productie, ‘De wilde keuken’, een variant op ‘De Keuringsdienst’. Klootwijk bantwoordt vragen als ‘Waar is de Nederlandse soepkip gebleven en hoe erg houden de wilde zwijnen huis op de akkers?’ Je kunt erover discussiëren of het concept inmiddels niet enigszins is uitgemolken. Misschien kan Klootwijk zich beter meer gaan toeleggen op zijn andere talent: het schrijven van kinderboeken.

Bron foto Reitsma: profcoach.nl, bron foto Klootwijk: mophotos.nl

De echte vijand van voetbal is voetbal zelf, niet het geld

Wij van NUt stuitten dit weekend per toeval op een boeiend artikel in Trouw van Jan en Ilja Vorstenbosch. Vader en zoon zijn voetballiefhebbers en kijken reikhalzend uit naar het WK in Zuid-Afrika. Toch zien zij vooral ook donkere wolken aan de horizon. Hun liefde voor de voetbalsport wordt in gevaar gebracht door het zogenaamde grote geld. De ongebreideld kapitalistische inslag van voetbalclubs zorgt er voor dat het interland voetbal onder druk staat. Welke club accepteert nog dat hun speler met een kapotgeschopte enkel van een wedstrijd met het nationale team thuis komt? Dat kost knaken! En is er nog wel toekomst voor een nationalistische achterban in een steeds internationaler wordende wereld?

Vader en zoon Vorstenbosch zoeken hun bewijzen in de wetenschap. Toch slaan ze wat ons betreft de plank mis. Ten eerste hebben clubs het interland voetbal hard nodig, juist om hun spelers meer waard te laten worden. Een sterk optreden van een voetballer op een WK verhoogt de marktwaarde enorm. Die marktwaarde wordt vervolgens verzilverd door de club bij een transfer. Ten tweede is het natuurlijk onzin dat er in een global village geen ruimte is voor nationalistische gevoelens. Juist in een meer en meer open wereld zullen mensen een toenemende behoefte hebben aan een nationalistisch houvast. Het wordt pas echt interessant je te onderscheiden als iedereen hetzelfde is.

De echte vijand van het voetbal is dan ook niet het grote geld of afnemend nationalisme. De echte vijand is de voetbalcultuur zelf, waarin er op velerlei gebied geen plaats is voor evolutie. Er is geen bereidheid om de spelregels te wijzigen om het spel boeiend te houden, noch om de vervelende omgangsvormen van voetballers daadwerkelijk aan te pakken. Het gevolg is: gemiddeld genomen saaie wedstrijden en veel agressie op en rondom velden.

Wat niet evolueert, is ten dode opgeschreven. Zelfs een sportfreak als de Beschermheer kijkt minder en minder voetbal en beperkt zich tot de echt goede Champions League duels en Eredivisie toppers. Dat geeft te denken. Wie is de eigenaar van de voetbalsport? Wij sportliefhebbers of de FIFA?

Als ze bij de FIFA slim zijn, openen ze een nieuwe site: mysoccer.com. En vragen ze ons sportliefhebbers eens wat er aan voetbal verbeterd kan worden. Misschien dat de ogen dan open gaan.

Hotsknotsbegoniavoetbal

De secretaris verrijkt het NUtblog met een nieuwe categorie: linguïstiek. Als oud-bedrijfscommunicanten of -communicatoren zouden de drie heren achter dit blog best een frappante uitdrukking, een bijzonder neologisme danwel een etymologische wetenswaardigheid uit hun laptops kunnen toveren. Wist u dat zij zelfs onderwezen zijn in het vak ‘algemene taalwetenschap’, waar zij onder meer kennis maakten met de wereldberoemde gedachtegoederen van Sapir en Whorf en Noam Chomsky?

De secretaris begint eenvoudig en haalt een voorbeeld aan uit de voetballerij, een wereld waar clichés aaneengerijgd worden door oliedomme verdedigers, door teveel mediatraining murw gemaakte coaches en ingedutte commentatoren, met als kopman de heer Ten Napel. Een uitzondering in de jaren ’80 en ’90 vormde een markante man die een prachtig woord toevoegde aan het verzadigde voetbaljargon, Bert Jacobs. Jacobs bedacht de schitterende term ‘hotsknotsbegoniavoetbal’, een woord dat later ook de Van Dale bereikte en naar het schijnt (de secretaris bezit geen recente versies) als betekenis heeft ‘boerenkoolvoetbal’.

Bron: http://www.telegraaf.nl

Hotsknotsbegoniavoetbal is voetbal zonder enige vorm van overleg en structuur, een extreem doorgevoerd opportunisme. Maar de term an sich behoeft helemaal geen toelichting, want hoe zouden we het anders kunnen interpreteren? Wellicht dat Jacobs zijn teams dit voetbal vaak zag spelen, want -met alle respect- hij trainde vrij modale clubs als Willem II, Fortuna Sittard, RKC en, in Spanje, Sporting Gijon. Met deze begoniavoetballers behaalde hij overigens tamelijk goede resultaten, waardoor Jacobs samen met zijn relativeringsvermogen en humor een graag geziene coach was.

Helaas is Bert Jacobs al een tijd niet meer onder ons: in 1999 werd een tweede kanker hem fataal. Als eerbetoon aan hem wordt al jaren het Hotsknotsbegonia Toernooi gespeeld, waar in de editie van 2009 onder andere FC Uk, Lamstrael en De Zwarte Schapen te bewonderen waren. Jacobs zou er wel om hebben kunnen lachen. Het was zelfs niet ondenkbaar geweest dat, als hij zijn pensionering had gehaald, hij coach was geworden van een van genoemde clubs.

Indrukwekkende sportvrouwen (4): mevrouw de Beschermheer

De voorzitter heeft gelijk. Als er één sportvrouw niet mag ontbreken in deze onvolprezen serie, dan is het wel mevrouw de Beschermheer. Zij startte haar sportcarrière op een pleintje bij haar ouderlijk huis. Daar werd gevoetbald met jongens uit de straat. Eentje heette er zelfs Jos, kun je nagaan hoe oerhollands het er daar aan toe ging. Van het pleintje werd – te laat eigenlijk – de stap gezet naar de voetbalclub, achtentwintigste onderklasse KNVB. Er werd op zondag genoujavoetbald (naast biggentennis bestaat er ook biggenvoetbal), de hervormde familie kneep een oogje dicht. Mevrouw de beschermheer kon een prima balletje trappen, maar niets wees er toen nog op dat er ooit een landskampioensmedaille in ons keukenlaatje zou komen te liggen. In de studietijd kwam mevrouw de Beschermheer per toeval eerst bij SV Hatert en later bij topclub Saestum terecht. Vooral die laatste stap opende deuren. Terwijl de jaren voorbij gingen, hield Mevrouw de Beschermheer zich verrassend goed staande tussen de steeds jonger wordende dames om haar heen. Zoals veel geroutineerde spelers zakte zij elke paar jaar een linie terug, om te eindigen in de verdediging. Tegelijkertijd klom ze echter ook elke keer een elftal hoger en kwam uit ergens tussen het tweede en het eerste elftal van de landskampioen. Met haar doorzettingsvermogen, gevoel voor fair play en positieve instelling groeide zij uit tot een ambassadeur van de teams waar ze in speelde. Behalve voorstopper was zij ook aanvoerster en vraagbaak voor het jonge grut. Een waar boegbeeld dus. Op het hoogtepunt van haar carrière speelde ze af en toe mee in het eerste elftal en kreeg ze als bankzitster een medaille bij het landskampioenschap. Bovendien mocht ze voor de UEFA Womens Cup mee naar Zweden. Na haar actieve carrière was zij nog een tijd lang team manager bij FC Utrecht, totdat haar gezinscarrière definitief voorrang kreeg.

Nu fietst mevrouw de beschermheer af en toe, want ze heeft van de beschermheer een hele kekke racefiets gekregen. De Mont Ventoux heeft ze al gehad. Vastberaden ploegde ze over de steile stroken van de reus van de Provence naar boven. Haar eerste echte beklimming was trouwens de pittige Col de Marie-Blanque, waar ze door een zich verkneukelende beschermheer naartoe werd gestuurd als antwoord op de vraag of hij niet een leuk rondje wist in de buurt van de camping. Toen ze terugkwam bleek ze zich, onvoorbereid en zonder ervaring, gewoon naar de top geworsteld te hebben. “Maar ik moest wel heel erg hijgen”, zei ze erbij.

Panenka

Over jarige kunstenaars gesproken, vandaag is Antonin Panenka 60 jaar geworden. Panenka was/is een bijzondere balkunstenaar uit Tsjechië. Zijn enige echte kunstwerk was eigenlijk de Panenka-penalty. In de EK finale van 1976 stiftte hij de bal zeer beheerst langs de al in de hoek liggende Duitse keeper Sepp Maier. Du jamais vu! Omdat het opdat moment 4-3 stond voor Tsjechië in de strafschoppenserie, ging Tsjechië met de beker naar huis. Dat zijn we allang vergeten, maar de Panenka-penalty is nog altijd springlevend.

Zijn daar nog beelden van, zult u zeggen. Jazeker! Kijkt u maar eens naar dit stemmige filmpje. Panenka was een voetballer met een fabelachtige traptechniek, zo blijkt. En hij had en heeft een fraaie oostbloksnor. 

 

imageshack.us
Panenka, bron: imageshack.us

 

 

Ondertussen is het nog altijd de vraag wat er gebeurd zou zijn als Panenka deze gewaagde penalty gemist had, wat best gekund had. Volgens Panenka zelf zou zijn actie als een politiek statement geïnterpreteerd zijn en was hij op zijn minst een paar weinig vrolijke jaren tegemoet gegaan in de uraniummijnen van zijn land. Kortom, je moet maar durven.