Tag: ziekenhuis

Teer onderwerp

Laatst had de secretaris een vriend op bezoek die even naar buiten wilde om een peukje te roken. Nu verkeert de secretaris nauwelijks in kringen waar gepaft wordt, waardoor dochterlief eindelijk eens de kans kreeg om fel van leer te trekken tegen het fenomeen roken. Waarschijnlijk zijn papa en mama deels verantwoordelijk voor haar mening.

De secretaris werkt inmiddels 12 jaar in het ziekenhuis, waarin hij veel protocollen, aandoeningen en medische weetjes voorbij heeft zien komen. Het is schrikken bij hoeveel ziektebeelden roken een rol speelt, zowel bij het veroorzaken als bij het verloop ervan. De eerste primitieve gedachte is dan al gauw: onmiddellijk verbieden die handel.

Als de secretaris deze verslaving al zou hebben, zou het voor hem makkelijker zijn om te stoppen: op verjaardagen zou hij de handen op elkaar krijgen bij een dergelijke mededeling. Verder zijn er geen “verkeerde vrienden” die hem in de verleiding kunnen brengen. De secretaris behoort immers bij de anti-rook elite die het geluk heeft nooit te zijn begonnen en die in de gelegenheid was om te concluderen dat het verdomde slecht is.

tegelspreuk-teer-onderwerp

Inmiddels kent de secretaris ook de andere kant van de medaille. Bij het project “klantreis” (in andere sectoren vaak customer journey genoemd) lopen zorgverleners mee met patiënten om te achterhalen wat zij beleven in het ziekenhuis. Daarnaast komen medewerkers van het ziekenhuizen ook bij de mensen thuis voor interviews. En dat opent de ogen: als je ziet in wat voor omstandigheden iemand verkeert, ga je anders kijken en laat je je oordeel varen. Op zijn minst komen er scheurtjes in.

De secretaris en zijn collega-interviewers komen in een wereld waar andere gewoontes gelden: daar ben je als niet-roker waarschijnlijk flink in de minderheid. Een mededeling over een poging tot stoppen zal eerder met spot dan met applaus worden ontvangen. Bovendien: de mensen vertellen oprecht hún kant van het verhaal:

“Roken, daar zitten ook goede kanten aan. Het scheelt veel medicatie voor mij, kalmeringstabletten. Ik heb veel onrust als ik niet kan roken.”

“Een paar jaar geleden lag je in het ziekenhuis en was het rookhok beregezellig. Nu mag je het ziekenhuis nog niet eens uit om een peuk te roken.”

Het lijkt de secretaris een lastig dilemma voor een zorgverlener: vanuit het oogpunt van lichamelijk welzijn en herstel moet je patiënten aanraden te stoppen met roken. Maar tegelijkertijd is er een groep patiënten die hele andere wensen en belangen heeft en –dat vooral-  verslaafd is. De secretaris begrijpt de zorgverlener net zoals hij de patiënt begrijpt. Het doet hem denken aan zijn opa. In zijn laatste fase was zijn sigaret “het enige waar ik nog schik in heb”. Het roept de vraag op of iemand hier gelijk heeft en zo ja, wie dan wel. Tijd voor een stukje reflectie op dit thema. Misschien onder het genot van een goed glas wijn en een stevige sigaar?

De gezondheidszorg van dr Knock tot dr Google

De Nederlandse gezondheidszorg staat internationaal goed aangeschreven. Maar worden we er met zijn allen wel letterlijk beter van? Als we kijken naar het percentage personen dat in 1 jaar een huisarts consulteert, zien we dat dat vanaf 1981 naar 2009 met 4% gestegen is. Een vergelijkbaar percentage is waar te nemen bij het bezoek aan de medisch specialist. Zelfs als er gecorrigeerd wordt voor de vergrijzing, blijft er sprake van deze toenemende zorgconsumptie (de lelijke  term die de secretaris hier beroepshalve voor gebruikt). Extra illustratie: het aantal eerste polikliniekbezoeken per 1000 inwoners lag in 2005 op 526 en vier jaar later al op 579!

Natuurlijk, naast de vergrijzing speelt een rol dat er steeds meer (nieuwe) behandelingen beschikbaar komen en mensen wellicht sneller naar het ziekenhuis gaan voor een probleem. De zorg is, met alle kanttekeningen die je daarbij kunt plaatsen, door de jaren heen toegankelijker en transparanter geworden. Je kunt hier zelfs een plezierige boterham mee verdienen, zoals de secretaris bewijst. De rol van internet is een lastige: enerzijds raken potentiële patiënten wellicht nerveus bij het googelen naar gezondheidsinformatie en bellen ze de huisartsenpraktijk. Anderzijds wijzen huisartsen op de gevaren van ‘dr Google’: patiënten in de ontkenningsfase weten zogenaamd wel wat hen mankeert en stappen niet of te laat naar de huisdokter.

Bron: decitre.fr

Misschien zijn er wel hele andere verklaringen voor het stijgende zorggebruik. In 1923 verscheen het toneelstuk ‘Knock ou le triomphe de la médicine, van de Franse schrijver Jules Romains. Daarin neemt dokter Knock een praktijk over in een slaperig Frans dorpje. Knock weet gaandeweg het hele dorp ziek te praten, onder het motto ‘gezonde mensen zijn zieken die hun eigen toestand niet kennen’. Door wetenschappelijke demonstraties en ingenieuze redeneringen wekt de dokter belangstelling bij de dorpelingen en slaagt hij erin hen van gezonde mensen om te turnen in doodzieke patiënten. Dokter Knock en de plaatselijke apotheker spinnen er financieel garen bij en de huisarts annex zakenman ziet zijn gezag steeds verder groeien.

Maar aan het einde van het verhaal gaat het toch mis: dr Knock begint te twijfelen aan zijn eigen gezondheid. Hij wordt het slachtoffer van zijn eigen succes: ‘À trompeur, trompeur et demi’ (de bedrieger bedrogen).