Surrealistische pauzes langs de snelweg

In de meivakantie verbleef de secretaris een weekje in Schwäbische Alb, een enigszins onderschatte regio in Zuidelijk Duitsland die veel Nederlanders links laten liggen op reis naar zonnige(re) oorden. Al met al een slordige 600 km rijden en inclusief files (er wordt in Duitsland veel aan de weg gewerkt) en stops was het gezin van de secretaris toch zo’n 7 a 8 uur tot elkaar veroordeeld in de nog steeds dienstdoende, twaalf jaar oude Mazda. Zo’n reisdag gaat de secretaris niet altijd in de koude kleren zitten. Het klinkt allemaal tamelijk eenvoudig: rijden, bijrijden of de kinderen voorzien van vermaak of proviand.

De pauzes zijn altijd een onderwerp van discussie: moet er nu uitgebreider gestopt worden om “de benen te strekken” of “de kinderen hun energie kwijt te laten kunnen”? Of is het beter om zolang de sfeer in het voertuig nog harmonieus is, door te jakkeren om alvast maar een eind op weg te zijn? Hoe je het ook wendt of keert, er zal af en toe even gestopt moeten worden. Bij het gezin van de secretaris behelst dat ook het zoeken naar tankstations met  gas die wel met enige regelmaat, maar niet in grote getalen voorkomen in het buitenland.

strassenbauamt-will-rastplatz-verdreifachen_artikelquer
Bron: sn-online.de

 

Die tankstations leveren vaak een naargeestig, Hopperiaans gevoel op. De misselijk makende benzinelucht vermengd met de geur van smeulend asfalt met op de achtergrond de voortrazende, eindeloze rij verkeer doen je snel hunkeren naar de eindbestemming. Maar vergeet ook niet de menselijke omgeving: de grauwe gezichten van veelal Oost Europeaanse vrachtwagenchauffeurs in afzakkende, versleten joggingbroeken zijn niet bepaald een opbeurend gezelschap. Het ongelimiteerde optimisme van luidruchtige vakantiegangers gestoken in wijde korte broeken en voetbal T-shirts vormen een bijna ongeloofwaardig contrast.

Daarmee zijn tankstations, maar ook rustplekken langs de snelweg een ultieme non-plaats, die de voorzitter drie jaar geleden zo mooi introduceerde op het NUtblog. Toch is het niet alleen kommer en kwel: de kleine vormen van verbinding die er ontstaan, hebben vaak meer betekenis dan je denkt. Voor het eerst naast je nageslacht urineren bijvoorbeeld, is een onvergetelijk moment tussen vader en zoon. Ook het (uit)lenen van een strookje wc-papier of het trakteren op een klein snoepje aan andere reizigers zijn gestes waarvan we het belang niet moeten onderschatten.

De Duitsers geven de Rastplätze vaak een vertrouwenwekkende naam en als u geluk heeft, treft u een mooi gesitueerde aan met een weids uitzicht. Dit kan zelfs leiden tot een stukje contemplatie: niet alleen het lichaam, maar ook de geest is op reis…

Eighties-nostalgie (XXXIII) – Flash and the Pan

Zo’n anderhalf jaar geleden alweer maakte de secretaris een lijstje met nummers met ‘trein’ in de titel. Alras brak het paniekzweet hem enigszins uit, want hij was een favoriet treinnummer vergeten. Daarom vandaag de compensatie voor ‘Waiting for a train’, want de 33ste aflevering van de 80’s-nostalgie wordt gewijd aan Flash and the Pan.

Deze Australische new wave band is niet heel erg bekend geworden, maar heeft mede door producties voor andere artiesten hun sporen nagelaten in de popmuziek. De kernleden George Young en Harry Vanda werkten namelijk eerder voor onder andere AC/DC, met Georges jongere broers Malcolm en Angus in de gelederen, en John Paul Young (‘Love is in the air’) die dan weer geen familie is. Ook over Harry Vanda valt iets opvallends te melden: hij werd in 1946 in Den Haag geboren als Johannes Jacob Hendrickus Vandenberg – voor zover bekend geen bloedverwant van Ad(je), ofschoon deze laatste ook in de Hofstad geboren is.

De secretaris mag nog graag af en toe de muziek van Flash and the Pan opzetten. Kenmerken zijn het ingeblikte stemgeluid en de toepassing van een instrumentaal intermezzo dat naar een climax toewerkt, geen zeldzaamheid in the eighties trouwens. Hun videoclips mogen evenmin onvermeld blijven. Hoewel ze ietwat kitscherig of -zo u wilt- amateuristisch aandoen, leggen ze wel originaliteit en gevoel voor atmosfeer aan de dag.

Hieronder kunt u ‘Waiting for a train’ bekijken, maar de secretaris wijst ook graag op ‘Midnight man’ die door de strenge selectiecriteria niet in de vorige blog staat over liedjes met ‘night’ in de titel. Zo, dan is dat ook weer rechtgezet…

Mocht u wakker liggen: tien nummers met ‘nacht’ in de titel

Opvallend in de popmuziek is dat de nacht veel vaker bezongen lijkt te worden dan de dag. Maar misschien is het vrij logisch; de nacht is de periode voor de meest intense lichaams- of geestestoestanden: variërend van liefde en creativiteit tot angst en diepe vermoeidheid. Ideale voedingsbodems voor doorleefde muzikale inspiratie dus.

De secretaris startte een lijstje met mooie nummers met ‘Night’ in de titel, maar kreeg al gauw te maken met een luxe-probleem. Daarom besloot hij het onderzoeksdomein te vernauwen: samentrekkingen telden niet mee, waardoor schitterende creaties als ‘Nightfly’, ‘Nightporter‘ en ‘Nightshift’ buiten mededinging bleven. Daarom hier een bescheiden greep uit het enorme nachtpotentieel (N.B. alle talen toegestaan):

  • The four seasons – December 1963 (Oh what a night) (1975): Vooruit, het tweede deel van de titel rekenen we ook mee. Band die inmiddels zo’n 45 jaar bestaat, met de onvermoeibare Frankie Valli (hij zong ook de titelsong van Grease) als constante factor en leadzanger. Zeer vrolijk nummer dat het best in de nacht op een discovloer tot zijn recht komt.
  • Lionel Richie – Running with the night/ all night long (1983): Kennelijk was Lionel Richie in die tijd een nachtbraker, want er prijken twee nachtelijke hits op zijn succesvolle album ‘Can’t slow down’. Aan het eerste leveren bekende artiesten een bijdrage: Steve Lukather neemt de gitaarsolo voor zijn rekening en de later doorgebroken Richard Marx zingt mee op de achtergrond, evenals op ‘All night long’ overigens, waarvan het intro zeker niet te versmaden is. Het nummer stelt Richie in staat om de Olympische Spelen van Los Angeles 1984 af te sluiten.
  • Doe Maar – Nachtzuster (1983) en Gregory Isaacs – Night nurse (1982): De secretaris maakt even een uitzondering op de spelregels, want wie verlangt er zo nu en dan niet naar de geborgenheid van een nachtzuster? En beide hits verdienen het om vernoemd te worden. ‘Night nurse’ behoort zeker tot de meest ultieme reggae-klassiekers en Doe Maar brengt een ode aan de verpleegkundigen die zich ‘s nachts in het ziekenhuis uitsloven, terwijl wij allemaal op één oor liggen.
  • Frank Sinatra – Strangers in the night (1966): ‘Ol’blue eyes’ komt ook in dit lijstje voor. De beginzin is al zo mooi met “Strangers in the night, exchanging glances. Wond’ring in the night…”. Het nummer werd gecomponeerd door een andere oude bekende: Bert Kaempfert. Juist ja: van die waterlelies….
  • Dalida – Buenas noches mi amor (1958): Mede dankzij Mart Smeets maken we een uitstapje naar een andere taal, want de sportcommentator en -presentator haalde de Franse zangeres van Egyptisch/Italiaanse komaf uit de vergetelheid bij zijn Avondetappe uitzendingen. Dalida’s tragische levensverhaal past in het rijtje Piaf, Callas en Schneider en maakt het lied daarmee nog indringender.
  • Guus Meeuwis – Het is een nacht (1995): Van een hele andere orde is hét studentennummer aller tijden. De secretaris had het geluk dat deze zo ongeveer uitkwam tijdens zijn introductie aan de universiteit. Van “kledingstukken die van jou of mij kunnen zijn” kwam het niet bij de secretaris, maar het waren ontegenzeggelijk memorabele en lange nachten….
  • The Eagles – One of these nights (1975): De nachten bij The Eagles zijn ook lang, getuige deze hit uit de jaren zeventig. Het intro zal bij menigeen in het geheugen gegrift staan. ‘One of these nights’ wordt niet gezongen door de dit jaar overleden Glenn Frey, maar door Don Henley.
  • Murray Head – One night in Bangkok (1984): Dit nummer is geschreven voor de musical Chess, die over een schaaktoernooi gaat. De muziek is geschreven door Benny en Björn van ABBA. De ingeblikte stem van Murray Head past perfect bij de inhoud, een kritische beschrijving van het (nacht)leven in de Thaise hoofstad en wordt ingeleid door klassiek intro. Bevat ook de treffende zinnen “One night in Bangkok makes a hard man humble. Not much between despair and ecstasy”
  • Chicago – Stay the night (1984): De secretaris is normaliter niet zo’n Chicago-fan, maar deze mag er zijn, mede dankzij de dynamische videoclip met traditionele elementen als een achtervolging en een bloedmooie vrouw, Ingrid Anderson geheten. De jongste nakomeling van de secretaris kreeg de clip laatst voorgeschoteld en amuseerde zich kostelijk.
  • The Moody Blues – Nights in white satin (1967): We eindigen de nachtelijke reeks met een regelrechte klassieker. Er is al veel gespeculeerd over de betekenis ervan, maar de secretaris concentreert zich liever op de sfeer die Justin Hayward en zijn mannen creëren met hun symfonische geluid. Afgelopen jaar voor het eerst buiten de top 100 van de Top 2000 gevallen. Daar moet dit jaar wat aan gebeuren!

 

 

 

 

De historie van het WK voetbal – L.I.F.

Een EK voetbal zonder Nederland. Een jeugdige secretaris had het waarschijnlijk een ramp gevonden, maar ‘s lands populairste sport laat hem steeds vaker koud. Een voetbalwedstrijd in zijn geheel uitkijken is inmiddels een zeldzaamheid. Maar 25 jaar geleden lag dat dus heel anders. De secretaris was, met behulp van zijn gulle oma, een fanatiek spaarder van de welbekende Panini-voetbalplaatjes. De Primera-zaak van eigenaar Theo op Terwaenen in Oss werd in de zomermaanden opvallend vaak bezocht: mits hij voor zijn oma een pakje Belinda’s meenam, mocht hij een aantal zakjes a 5 of 6 stuks in de jas steken.

Daarnaast werd ook flink geput uit het zakgeld van de meestal spaarzame secretaris, zodat hij uiteindelijk een compleet boek met voetbalplaatjes kon koesteren.Omdat er zoveel financiële en logistieke inspanningen voor zijn getroost, heeft de secretaris anno 2016 nog steeds de Panini-boeken van de WK’s van 86, 90, 94 en 98 én de tussenliggende EK’s in de kast staan. In die begintijd van het sparen was het ook dat zijn vader met een leuke aanvulling op de proppen kwam. Het betreft hier een stripboek met de titel “De historie van het Wereldkampioenschap voetbal”, geproduceerd door de L.I.F. (auteurs Eric Lahmy et al.). Kennelijk was vaderlief in Uden geweest, want op de voorkant heeft de sticker van “Foto Jetten” de tand des tijds na bijna drie decennia doorstaan.

WK

Het leuke aan het stripboek is dat het een serieuze samenvatting is van de WK’s vanaf 1930 tot en met 1978, waarin ook beroemde spelers meer en minder geslaagd te herkennen zijn. Dat leest toch een stuk makkelijker weg dan al die taaie teksten en uitslagen over de glorietijden van het fenomeen Pelé, topscoorder Fontaine én wellicht wel de eerste voetbalvedette ooit, de mysterieuze Oostenrijker Sindelar. De titel van het Nederlandse exemplaar is onjuist -er staat 1932 i.p.v. 1930- maar dat zij de producenten vergeven.Voor een tiener is het een ideaal boek om in korte tijd de voetbalgeschiedenis tot zich te nemen.

In 1999 stuitte de secretaris geheel toevallig op het Spaanse equivalent, waarschijnlijk op de rastro in Madrid. Hij hoefde natuurlijk geen seconde na te denken om deze vondst huiswaarts te nemen. De Spaanse versie is exact hetzelfde, alleen op het einde is er, wellicht vanuit chauvinistische overwegingen, een vooruitblik aan toegevoegd op het WK van 1982 in Spanje. Misschien wel het saaiste WK ooit, trouwens, alhoewel het juichen van Marco Tardelli in de finale nimmer meer is overtroffen in schoonheid. De secretaris vraagt zich af hoe de heren Lahmy en co dit zouden hebben geportretteerd….

Referenda: van voor naar tegen naar voor

Natuurlijk was ook ik tegen dit referendum. We stemmen immers niet voor niets eens in de vier jaar voor een parlement dat hopelijk een beetje nadenkt en dan wat zinnigs doet. Het viel alleen nog niet mee om daarover te klagen. Ik had namelijk zelf een handtekening gezet bij GeenPeil. Dat kwam omdat ik nogal nieuwsgierig was. Nieuwsgierig naar hoe zo’n burgerinitiatief precies werkte en nieuwsgierig naar de funnel waar GeenPeil je doorheen leidde als je hun klikpad volgde.

Als aanvrager van het referendum kon ik dus niet klagen dat het referendum er was. Maar gaan deed ik natuurlijk niet. Flauwekul allemaal. Bovendien was ik voor en had ik dus belang bij een lage opkomst. Heel strategisch en lui tegelijk. Maar ja, dat begon toch ook weer een beetje gek te voelen. Wél een referendum aanvragen en dan vervolgens niet gaan: da’s natuurlijk ook raar gedrag.

En dus stond ik vanmorgen met lichte tegenzin voor de deur van het gemeentehuis waar ook het stemlokaal huist. Even de parkeerkaart voor de autoruit, anders kon dat onzinreferendum me nog negentig euro + administratiekosten aan schade opleveren ook. Dat ze dáár eens een referendum over hielden!

Maar goed, eenmaal binnen veranderde alles weer. Ik was even vergeten dat stemmen ontzettend leuk is. In ons gemeentehuis in ieder geval wel. Het brengt je een tweetal minuten in contact met medelanders waarvan je het bestaan niet kon vermoeden. Of wel vermoeden, maar dan met de bijgedachte dat ze natuurlijk in het echt helemaal niet bestaan. Maar ze bestaan wél:het oude vrouwtje met haar kuthondje dat haar legitimatiebewijs én haar stempas niet kan vinden tot ze uiteindelijk kijkt op de meest logische plek: in haar handtas. Een huismoeder achter de tafel met een  designmontuur van Hans Anders op haar neus, die haar taak om de stempassen te controleren uiterst serieus neemt en op zeer plechtige toon het nummer van je stempas én je naam noemt. En dan de te zwaar opgemaakte mevrouw links van haar, die deze informatie stilzwijgend verwerkt, terwijl ze achter haar zwart omrande ogen nadenkt over het nieuwe alimentatiebod van de tegenpartij in haar vechtscheiding. En dan daar tussenin een jongedame met een steil kapsel waarvan je zou zweren dat ze lid is van het CDA, omdat de ChristenUnie lokaal nu eenmaal niet vertegenwoordigd is. En natuurlijk de afgekeurde SP-arbeider – te grote jas boven vale spijkerbroek en mephistos – die bij zijn binnenkomst netjes de deur open houdt voor de vertrekkende oude mevrouw: “Komt helemaal goed, vrouwke.”

Zoveel bijzondere mensen mogen ontmoeten om 8.17 uur in de ochtend. Ik realiseerde me dat dit gedoe het feest der democratie was. Referenda, ik ben voor!