In beeld (#3)

Steiner UtrechtBrievenbussen – Oudegracht in Utrecht (juni 2012)
NEE – NEE voor R. Steiner.

Blauwe bordClose-up van centrale halaanwijzer – Spoorwegmuseum, Utrecht (januari 2013)
Dit grote ‘blauwe bord’ hing bijna 25 jaar op Utrecht CS, voor de liefhebbers is er een app.

LowLow – TivoliVredenburg, Utrecht (januari 2015)
Tijdens betoverende avond in nieuwe concertzaal. Voor achtergrond over de band zie de documentaire van David Kleijwegt.

eeuwigNieuwe Rijn, Leiden (juli 2015)
‘Rijden op groen gas is eeuwig’.

Gaat dat zien!

‘Sorry, mag ik er even langs?’ Net als de lichten doven en de hoofdfilm start, moet je verdorie uit je bioscoopstoel opstaan.
Deze hinderaars zijn de echte filmliefhebbers, laatkomers daargelaten. De cinefiel houdt namelijk niet van trailers. Net als muzikanten niet van dansen houden. Zo’n korte teaser geeft simpelweg te veel weg.

De filmtrailer is een persuasief middel. En ik houd over het algemeen niet van persuasieve middelen. Zelfs de filmhuisfilms ontkomen niet aan de obligate tweeënhalve minuut ‘voorpret’.
Wel vind ik het interessant om deze filmvorm te ontleden, dus ben ik altijd op tijd voor een film. Filmstudio’s gebruiken de volgende hoofdelementen in een gemiddelde trailer:
• enthousiasme creëren en de film van zijn goede kant laten zien
• de hoofdrolspelers (filmsterren) tonen
• vertellen waar de film over gaat, zonder té veel te vertellen
• informatie geven over de makers van de productie

Maar hoe is de trailer eigenlijk ontstaan?

De eerste trailer verscheen in 1913 in een New Yorks filmtheater. Destijds kon je je uren achtereen in de zaal verschansen waar speelfilms en korte films elkaar afwisselden. Om dit te onderbreken kwam de marketingmanager met een promo voor een Broadway-voorstelling; het werd een hit. Die trailer kwam in die tijd aan het eind van de hoofdfilm, vandaar de naam.
Vanaf dat moment was de trailer een feit en vond wereldwijd zijn weg in bioscopen. In zijn 100-jarige geschiedenis zijn er heel wat varianten voorbijgekomen.

In de hoogtijdagen van de in Hollywood geproduceerde speelfilms (jaren 40 en 50) draaide alles om de protagonisten.


Sterren als Humphrey Bogart, Vivien Leigh en Cary Grant werden prominent in beeld gebracht. Schermbrede titels versterkten dat. Een trailer had verder weinig opschmuck.

De jaren 60 en 70 waren van de auteurscinema. Hitchcock leidt ons rond in het Psycho-huis en Stanley Kubricks trailer voor Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb is nog steeds onnanavolgbaar.

Het gaat niet om het lineaire verhaal maar om het ‘gevoel’. De kwaliteit werd onderstreept door citaten uit recensies van gezaghebbende media.

De jaren van de kaskrakers daarna sloegen het genre plat. Een onheilspellende stem, opzwepende muziek en explosies waren aan de orde van de dag. Ondertussen werd de complete verhaallijn onthuld.

De creatieve armoede, waar ook het grafisch ontwerp uit die tijd aan leed, deed de trailer geen goed.

Sindsdien is er niet veel veranderd. Nou ja, afhankelijk van het genre zijn er minder explosies en de voice-over is iets vriendelijker geworden,

Het is trouwens geen uitzondering dat een filmproductieschema aangepast wordt voor de trailer. Zo kan de versie met het showpiece het internet op om zieltjes te winnen. Want er zijn tegenwoordig veel meer platformen om een film te promoten. Steeds meer wordt de trailer daarom een productie op zich.

Terugkijkend heeft elk tijdvak gelukkig ook geslaagde kunstwerkjes, zie de trailer van La Giovinezza.

Maar het kan ook heel eenvoudig zijn, zoals in de nieuwe Van Warmerdam. Gaat dat zien!

Bronnen: filmmakeriq.com en wired.com

Fietsen voor Geert, in het besef dat alles van waarde inderdaad weerloos is

Het is vandaag 12 juli. Ik denk dat het daarmee precies een jaar en een dag geleden is dat ik mijn collega Geert voor het laatst sprak. Of twee dagen misschien. Het was vroeg in de middag en ik hing op een bankje voor het gebouw van de Hogeschool. Naar buiten gelokt door de zon. Misschien zat mijn collega Coen naast me, ik weet het niet meer. De deur ging open en daar was Geert. Ik zie een grijs jasje en een koffertje voor me, maar ook dat kan ik niet met zekerheid terughalen. Een jaar is lang genoeg om gaten te slaan in een herinnering. Geert zag me zitten en feliciteerde me in het voorbijgaan met de nominatie voor de Denk Groter Prijs. Hij had de inzending bekeken: een storytelling concept om interne communicatie begrijpelijk te maken voor onervaren hbo studenten. Hij zei dat hij ervan onder de indruk was. En dat hij zoiets volgend studiejaar ook wilde proberen. Toen liep hij door richting de parkeerplaats.

Er kwam geen volgend studiejaar. Een paar dagen na ons gesprek werd Geert op tien kilometer hoogte boven dorre Oekraïense landbouwgrond uit het leven gerukt. Een militair uit het verkeerde land, die op de verkeerde plek op het verkeerde knopje drukte. Kennelijk kunnen de dingen zo gaan. ‘s Middags, ergens tussen een strand bij Veere en Goes, hoorde ik op de autoradio dat er een vliegtuig verongelukt was. Een paar uur later stond ik op het punt om op de racefiets te stappen om vanuit Raamsdonksveer naar huis te fietsen. Ik keek nog even op mijn telefoon en kreeg een mailtje binnen. Het bericht sloeg me keihard in mijn gezicht. Het werd een rare, boze rit.

Geert was samen met zijn vrouw Hanny op weg naar Bali. Om te gaan fietsen. Wat een prachtige fietsreis had moeten worden eindigde tussen de brokstukken van MH17. Op de hogeschool rouwden we. De vrijdag voor de vakantie kwamen we met collega’s samen. We huilden. Na de vakantie ontmoetten we de kinderen van Geert. Er werd een mooie herdenking voor studenten en docenten georganiseerd. Na deze herdenking draaide de Powerpoint met herinneringen aan Geert in een op mij na lege hal. De foto’s, de citaten, ik kon het niet aanzien. Later gingen we met velen in Veldhoven naar de afscheidsdienst voor Geert en zijn vrouw. Of we fietsten met Geert Timmers rugnummers de Ride for the Roses in Zeeland.

Daarna gingen de dagen voorbij. Het leven gaat toch door. Bij het jaarlijkse kerstdiner keken we terug en telden onze eigen zegeningen. En ineens was het 12 juli. Geert was voorzitter van TC Woensel. Een altijd vrolijke man. En een fietser in hart en nieren. Daarin herkenden we elkaar. Om half tien stap ik op in Eindhoven, voor 90 kilometer met de club van Geert. Voor Geert ook, in het besef dat alles van waarde inderdaad weerloos is. Ik zag zojuist het weerbericht. Ik denk niet dat we het drooghouden.

Nog meer vakantie stress: de camping-inspectie

In navolging van de beschermheer kan de secretaris het beamen: ja, ook hij heeft zin in de vakantie, want een vakantieloze zomer geeft een zekere leegte. Maar ook bij hem is er zeker sprake van enige stress. Nee, het betreft niet de beruchte inpakperikelen, het opzetten van de tent na een vermoeiende rit of aanhoudend kindergeruzie op de achterbank. Het spannendste ogenblik bij het gezin van de secretaris breekt overduidelijk aan bij het inspecteren en inschatten van een potentiële camping.

De secretaris gaat al jaren op de bonnefooi naar zijn vakantiebestemming. Kamperen vraagt om goed weer en derhalve dient er rustig afgewacht te worden hoe de weergoden Europa in de zomerperiode gezind zijn. Via weeronline worden enkele weken voorafgaand aan het vertrek enkele piketpaaltjes geslagen om de meteorologische ontwikkelingen in diverse regio’s in de gaten te houden. Dit levert vanaf de bank thuis in eerste instantie veel voorpret op, want tegelijkertijd onderwerpt de secretaris de campings in betreffende gebieden aan een grondige inspectie.

De reacties op Zoover werken daarbij ongelooflijk op de lachspieren: gasten die zeveren over een ontbrekend balletje bij de voetbaltafel, een incidentele stank op de plee of een niet helemaal correct afgeleverde bestelling van de ochtendbroodjes: er lijkt nergens zoveel geklaagd te worden als op vakantie. Tussen al dit genuil door is de secretaris zelf op zijn hoede voor bedreigende termen als ‘lawaai’, ‘starre eigenaar’, ‘geen schaduw’ of ‘animatieteam’.

Ook worden de prijzen en foto’s op de websites gewikt en gewogen en aan de hand van een aantal in het gezin democratisch vastgestelde criteria beoordeeld: de oudste zoon wordt opstandig zonder WiFi, dochterlief verdrietig zonder waterpret en de jongste zoon moet ruimte hebben om aan te kunnen klooien. Tevens dient ingeschat te worden of er voor de kinderen Nederlandse leeftijdsgenootjes aanwezig zijn om samen mee te spelen, zodat de secretaris onderwijl ruim baan kan geven aan zijn door het jaar heen onderdrukte bibliofiele genoegens.

De twijfel over de keuze van de camping slaat vlak voor vertrek soms al een beetje toe, maar is niets vergeleken bij het oprijden van het campingterrein: nu is het moment aangebroken dat één van de echtelieden het finale oordeel zal moeten vellen. Met lood in de schoenen wordt er een ommetje gemaakt en aangezien de emoties enigszins oververhit zijn, heeft de inspecteur van dienst niet meer alle criteria netjes op een rijtje. Bij terugkomst bij de auto kijken de andere vier gezinsleden hoopvol op en na een kort “En…?” doet de secretaris of zijn eega kort verslag van de bevindingen en wordt gezamenlijk een conclusie getrokken. U zult begrijpen dat bij een eerste afwijzing op de dag nog met enige moed naar een volgende bestemming wordt gereden, maar dat de druk bij elk volgend bezoek in het kwadraat toeneemt.

De laatste jaren ontstaat in het gezin van de secretaris de neiging om de camping-inspectie met z’n vijven te doen, want deze verantwoordelijkheid is in je eentje nauwelijks meer te dragen. Bovendien kunnen de spontane reacties van de kinderen (“joepie, een beekje!”) helpen om uiteindelijk dan toch een juiste keuze te maken. En, het moet gezegd worden: de secretaris kan, in al zijn omgevingsgevoeligheid, best tevreden terugkijken op de geselecteerde onderkomens van de afgelopen jaren. Misschien toch maar eens solliciteren bij de ANWB of de ACSI?