Toevallig een stuk of wat witte valkparkieten te veel?

Eén van de leuke aspecten van het wonen in het dorp is het gegeven dat je elke week het dorpsblaadje door de brievenbus geduwd krijgt. Dit is doorgaans een van A4 naar A5 formaat gevouwen boekje waarin de lezer getrakteerd wordt op een breed spectrum van onbedoelde vormgevingsexperimenten. Vijftig tinten grijs, het blijkt prima te kunnen. Zonder de hardwerkende vrijwilligers achter dit soort initiatieven te kort te willen doen (hulde voor hun werk!), ook de inhoud is tragikomisch. Bij ons loopt het van emotionele dankwoorden na overlijdensgevallen, staccato kerkberichten, levendige verslagen van kartraces en voetbalwedstrijden tot veelbelovende aankondigingen van wandelingen waarin gezocht wordt naar bosuilen. Ook mooi: onvolgbare – dat is iets anders dan onnavolgbare – columns over de dorpspolitiek, gevolgd door de zakelijke berichtgevingen van de gemeente zelf. Groter kan een stijlverschil bijna niet uitpakken.

Mijn absolute favoriet wordt echter gevormd door de kleine advertenties op de voorlaatste pagina. Een prachtige verzameling van klein leed en grote ambities. Wie heeft er nog supermarktzegels voor het bijeen te sparen bestek? We komen er nog vijftien te kort! Heb je een kapotte LCD-tv? Niet weggooien maar bellen! Wie heeft afgelopen zaterdag per ongeluk expres mijn jas meegenomen in het dorpscafé? Graag terughangen! Gevonden – sleutel zonder label op de dorpsstraat. Wil degene die een plastic zak met rommel heeft achtergelaten bij het speelveld aan de Bremstraat deze ook weer opruimen – Bedankt!

Heerlijk, naar een pagina met zulke advertenties kan ik echt uitkijken. Sowieso. Maar die van vandaag was echt wel heel mooi. Heeft u nog valkparkieten te veel? Witte, desnoods met oranje wangen? U weet wat u te doen staat!

IMG_2728.JPG

De krentenbol: ideale weekend- en reismakker

De secretaris en zijn eega smeren wekelijks circa 100 boterhammen voor het gezin om mee te torsen naar school en werk. Ingegeven door gezondheidsrichtlijnen uit het onderwijs en door calvinistische en financiële drijfveren zijn dit vaak met liefde maar soms ook met vette tegenzin netjes gesmeerde bammetjes met pasta, speculoos, pindakaas of kaas. Scholen zijn er inmiddels scherp op dat kinderen niet met obesitas het pand verlaten. Daarnaast wil men afgunstige blikken naar overheerlijke lunches zoveel mogelijk voorkomen.

Maar om dit monotone en dagelijks terugkerende klusje soms enigszins te verlichten, bestaat er een ideaal product voor mensen die zich er zonder al te veel gezondheidsrisico’s makkelijker van af willen maken: de krentenbol. Maar doordeweeks strooit de secretaris toch niet al te kwistig met dit rondje broodje. De krentenbol is meer een verrassing voor in het weekend, wanneer de saaie grof volkoren plaatsmaakt voor afbakbroodjes en krentenbollen of -brood.

rozijnenkrentenbollen-300x189
Lekkertafelen.nl

Maar bovenal is de krentenbol de ideale reismakker voor in trein, vliegtuig en tijdens lange autoritten, althans voor Nederlanders. Zuid-Europeanen bijvoorbeeld, moeten altijd wel lachten om ons gehannes en conservatieve uitgangspunten rondom eten. Zelf gesmeerde boterhammen worden, zeker naarmate de reis langer duurt, tot een onsmakelijk en klef geheel. Tevens voorkomt het gejeremieer bij kinderen die ruziën om de laatste boterham met chocoladepasta. En wat is nu viezer dan appelstroop die zich een vrije weg heeft gebaand in het boterhamzakje?

De houdbaarheid van een zak krentenbollen is relatief verrassend lang. De secretaris heeft wel eens na een tripje van een week op de terugweg nog geknabbeld aan overgebleven krentenbollen zonder consequenties voor de peristaltiek. Toegegeven: het is niet het allergezondste hapje, maar volgens de geactualiseerde Schijf van Vijf bewandelt de krentenbol de middenweg: qua broodproduct een betere positie dan een croissant of witbrood. Tenslotte herbergt de ronde bol ook nog een levenswijsheid, getuige het gezegde “Het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje.”

To manage is human. En het is nog best simpel ook.

To sell is human, zo stelt Daniel Pink in zijn boek met de gelijknamige titel. Zit wat in. Of je nou verkoper bent, leraar, politicus, echtgenoot of opvoeder… je zult je ideeën overtuigend aan anderen over moeten brengen. Maar, denk ik dan, zo kan ik er nog wel eentje bedenken. To manage is human. Of we nou boekhouder zijn of student, opvoeder of arts, allemaal hebben we te maken met het managen van onszelf en de mensen om ons heen. Zonder een beetje management gebeurt er immers niets óf lopen de zaken in het honderd. Toch?

Ligt er een beetje aan hoe je er tegenaan kijkt. In de ogen van kritische persoonlijkheden zoals ik lopen de meeste zaken hoe dan ook in het honderd. We prutsen maar wat aan met z’n allen. Managers zijn, op welk niveau dan ook, meer een probleem dan een oplossing. Hoe komt dat toch? De bedoelingen zijn vaak juist goed. Bijna niemand zit er expres een potje van te maken. Nee, zelfs die belabberde manager op uw werk waar je drie zinnen terug aan dacht, zelfs die doet oprecht zijn best.

Het kan gelukkig beter. En daarvoor is enkel een beetje begrip van één simpele metafoor nodig. We gaan proberen je managersbestaan te verbeteren in drie bescheiden alinea’s en zes adviezen!

Management heb je nodig omdat zaken complex zijn. Die complexiteit is echter op zichzelf weer eenvoudig. De ene helft van de complexiteit gaat over ontwikkeling. Die ontwikkeling is in principe gewenst, want die zorgt ervoor dat een zaak verandert van een huidige situatie in een te prefereren situatie. Meestal hebben we die te prefereren situatie dringend nodig (als bedrijf om te overleven bijvoorbeeld). Daarom wil de manager in u deze ontwikkeling stimuleren. Daarom scheppen we vrijheden voor onszelf en voor anderen. 

Maar… als de dingen zich te snel en te weinig gericht ontwikkelen wordt het een janboel. Daar zijn we bang voor. Controle neemt die angst weg. De andere helft van de complexiteit gaat dan ook over controle. Er moet focus in de ontwikkeling aangebracht worden, bovendien zijn de middelen die we aan kunnen wenden voor de ontwikkeling beperkt. Om te voorkomen dat de zaak uit de hand loopt, scheppen we daarom regels. Regels bieden controle. 

En dan nu aandacht voor het moment dat het misgaat. Kennelijk realiseren de meeste managers zich niet dat de twee helften van complexiteit direct met elkaar verbonden zijn. Hier is de beloofde metafoor: communicerende vaten. Elke keer als een manager zich laat leiden door zijn angst en een regel verzint die de vrijheid inperkt, draait hij het ontwikkelingspotentieel de nek om. Elke keer als dezelfde manager de vrijheid verhoogt, neemt de kans toe dat de zaken totaal uit de hand lopen. 

Wat zijn de oplossingen? Ik heb een zestal adviezen voor de manager.

  1. Als je zelf en anderen weten waar je naartoe wilt, dan heb je veel kans dat de geboden vrijheid vanzelf leidt tot ontwikkelingsfocus in die richting.  Zorg daarom voor een helder punt aan de horizon. Heb je meteen al minder controle nodig.
  2. Ben je altijd bewust van de communicerende vaten van ontwikkeling (= vrijheid) en controle (=regels). Voor je een besluit neemt over een mogelijke regel, denk dan heel diep na wat de ongewenste bijeffecten zullen zijn.
  3. Realiseer je dat angst een slechte raadgever is. Ontwikkeling is zeker noodzakelijk voor het overleven op de lange termijn, regels zijn misschien nodig voor het overleven op de korte termijn. Heb dus lef. 
  4. Onderschat de kracht van jezelf en de mensen om je heen niet als het op ontwikkeling aankomt. Vrijheid werkt echt. 
  5. Onderschat de schade veroorzaakt door regels niet. Je kunt jezelf en de mensen om je heen echt heel gemakkelijk frustreren en ontmoedigen als je puntje 2 negeert.
  6. Overschat de effectiviteit van regels niet. Ze worden genegeerd of gefuckt als het enigszins kan. Regels werken dus meestal niet, maar brengen wel schade toe. Lees anders dit nog eens. 

Ziezo, ook weer opgelost. Veel managementplezier!

Plastic was

De gemiddelde Nederlander gooit jaarlijks 1,5 kilo plastic tassen bij het afval. Dat is zo’n 4 tot 5 plastic tasjes per week.1
Wat dit betekent? De beelden van de plastic soep en verminkte vogels kennen we inmiddels allemaal. De overheid verbiedt mede daarom sinds kort rigoureus uitgifte van plastic tassen door de detailhandel. Te laat maar beter laat dan nooit.

Als kind ging ik met mijn juten tas naar de muzieklessen van juffrouw De Wit. Mijn basisschooljuf liep rond met een tas met de leus ‘Girorood tot aan mijn dood’. Geweldig.
De plastic tas moet toen nog geen gemeengoed zijn geweest. Mensen hadden een boodschappentas; langzaam aan kwamen er plastic tassen van de lokale supermarkt, boekhandel en slager voor terug. Bij de milieu-impact stonden we niet stil.

Plastic was
Thuis bewaarden we ze netjes in een tassentas. Al gravend kwam ik altijd uit bij een onopvallende tas, van de schoenmaker of zo. Ik voelde er niet zoveel voor om als wandelende reclame van de plaatselijke bakker – ‘Altijd vers van bakker Gers’ – rond te lopen.
Wel ideaal voor een dakloze of een droog zadel trouwens, die tassen.

Nu de plastic tas langzaam uit het straatbeeld verdwijnt, is het tijd voor een stoffen tas met een eigen leus. We hebben dus nieuwe tassenaforisten nodig. Wij zijn alvast begonnen …