De betaalbare onbetaalbare kunst van Ike Andrews

Een steen in de vijver van de anders soms wat gezapige kunstmarkt: mogelijk komen er twee echte Rembrandts op de markt. Tenminste, de adellijke familie Rothschild heeft een exportvergunning aangevraagd voor twee doeken van de Hollandse Meester. Het kan zijn dat de familie ze over wil brengen naar een ander land, maar kan ook betekenen dat er verkocht gaat worden. Er gonst al een verkoopprijs door het Franse land: 150 miljoen euro. Vreemd bedrag volgens handelaar Bon Haboldt, ze zouden volgens hem best 250 miljoen per stuk op kunnen brengen.

Blijft een lastig puntje dus, bepalen hoeveel kunst waard is. Nou zie je aan een Rembrandt nog wel direct dat het een knap stukje werk is, maar helemaal moeilijk wordt het bij moderne kunst. Dat ook mensen met wat meer kijkervaring totaal géén idee hebben blijkt maar weer eens uit onderstaand, hilarisch, filmpje waarin museumbezoekers gevraagd wordt naar hun mening over, jawel, een Ikea doekje van 10 euro.

De vliegende auto komt er aan!

Het voordeel van het hebben van een grote gezinsauto met allerlei onzinnige features en opties is dat deze nogal storingsgevoelig zijn. Zo kom je dankzij het bijbehorende garagebezoek nog eens terecht in hele kleine leenautootjes waarin je de fantasie de vrije loop kunt laten. Een Citroën C1 bijvoorbeeld: waarom zou zo’n ding niet kunnen vliegen? Paar vleugeltjes aan het bakkie en dat moet toch zo de lucht in kunnen?

De vliegende auto is een droom die vele mensen koesteren, vooral als ze weer eens in de file staan, maar de praktijk is tot nu toe knap weerbarstig. Maar… wie weet komt daar nu snel verandering in. Aangezien een paar van mijn collega’s momenteel rondhangen op SXSW in Austin, houden we het nieuws dat daarvandaan komt een beetje in de gaten. En dus stuiten we op de Aeromobil 3.0 aldaar onder de aandacht gebracht door Juraj Vaculík. Samen met zijn beste vriend Stefan Klein klust hij al heel wat jaren aan de vliegende auto en het begint er, getuige dit filmpje, nu écht op te lijken. Doe mij er maar eentje, is nog leuker dan een C1!

Eighties-nostalgie (XXXI) – Novo Band

Afgelopen week was het op Radio 2 de jaarlijkse week van de jaren ’80. Een feest van herkenning voor de secretaris voor wie maar weer eens bevestigd werd dat dit ‘zijn’ muziekdecennium zal blijven. De eighties zullen nooit bekend gaan staan als de meest vernieuwende of opzienbarende periode in de geschiedenis van de popmuziek, maar de tijd stond wel bol van nijvere en getalenteerde muzikanten en er was relatief weinig makkelijk scorende, in elkaar geflanste rotzooi danwel herrie te horen. En laten we niet vergeten dat Nederland heel goed meedeed in de jaren ’80!

Een voorbeeld waar de secretaris graag even het stof van af wist, is Novo Band, een Utrechtse disco-dans groep die in het oog sprong met dynamische optredens. Afgelopen week passeerde hun bekendste hit ‘You’re gonna be mine’ (1986) terecht even de revue. Een typisch eigthies nummer met het betere synthesizer werk, ingestudeerde dansjes, pakkend refrein en samenzang tussen man en vrouw. De secretaris krijgt nog altijd zin om te dansen, als dit nummer uit de luidsprekers spettert. En dan die kleding van zanger Ernst Teule, fantastisch!

Hoewel de groep maar kortstondig succes had, kunnen we hier niet helemaal spreken van een eendagsvlieg. Zangeres (en zus van Ernst) Esther Teule scoort enkele jaren later onder de naam Esther Tuely een hitje met ‘Incredibly red’. De website http://www.muziekencyclopedie.nl weet nog te vermelden dat zij in 1991 een Zilveren Harp wint en dat ze de stem werd van Radio 2. Tegenwoordig heeft Teule een centrum voor meditatie en spirituele ontwikkeling in Lelystad.

Helaas was de rol van Novo Band kennelijk dusdanig marginaal dat op wikipedia niet eens een eigen pagina aan hen gewijd is….wie pakt deze schone taak op?

Het Poolse filmaffiche, een noodzakelijk goed

De duivelse ogen van Klaus Maria Brandauer kijken ons priemend aan, de rest van het gezicht is een foto-negatief. Onderaan het affiche is in fel rood ‘MEPHISTO’ gedrukt. Regisseur en acteurs staan links en rechts in sierlijke letters op de schouders van de hoofdrolspeler geschreven.
Dit Poolse filmaffiche, uit 1982, kocht ik 15 jaar terug in een royale bui voor ± 100 dolar. Waarom juist dat affiche weet ik niet meer behalve dan dat ik het, nog steeds, een intrigerend kunstwerk vind.

Pickpocket (1959)

Een ‘Hollywood’-affiche hang ik niet zo snel aan de muur. Over het algemeen zijn dit gedrochten. Het hoofd van een al dan niet gefotoshopte hoofdpersoon drukt alle creativiteit weg. Zelfs in het affiche voor de recente film over Lech Walesa, een Poolse productie bovendien, bevat dit trucje.
Desalniettemin komt men ook bij de grote filmstudio’s langzaamaan tot inzicht. Steeds meer zien we een experimentelere vorm in hun obligate marketingmateriaal.

Sunset Boulevard (1950)
De Poolse affichekunstenaars zagen hun werk als noodzaak en niet als marketinginstrument. Dat komt voort uit een traditie die teruggaat tot het begin van de 19e eeuw.
De onbeperkte budgetten van de staat hielpen daar een handje bij. Vanwege de grote gebreken aan basisproducten als toiletpapier ontstonden de affiches puur uit artistieke overwegingen.
De primitieve staat van druktechnieken (foto’s kwamen bijvoorbeeld niet goed uit de verf) leidde tot creatieve oplossingen bij de makers. Als laatste zorgde de isolatie van het westen voor een onafhankelijke en oorsponkelijke blik op de (poster)kunst.
In de 21e eeuw stierf dit mooie vak uit. De opkomst van het kapitalisme in Polen krijgt hiervan vooral de schuld. Grote namen als Wiktor Gorka, Jan Lenica, Eryk Lipinski en Mieczyslaw Wasilewski verdwenen uit het straatbeeld.

Teveel geanaliseer doet deze flamboyante kunstwerkjes teniet. Kijk daarom en huiver …

Blow-Up (1966)

Apocalypse Now (1979)

Untouchables (1988)
Bronnen: Anna Husarska, newyorker.com en Andrea Austoni, smashingmagazine.com
(Afbeeldingen: mubi.com, cinemafanatic.files.wordpress.com, bfi.org.uk, polishmovieposter.blogspot.nl en thetrad.blogspot.nl)