Nog meer vakantie stress: de camping-inspectie

In navolging van de beschermheer kan de secretaris het beamen: ja, ook hij heeft zin in de vakantie, want een vakantieloze zomer geeft een zekere leegte. Maar ook bij hem is er zeker sprake van enige stress. Nee, het betreft niet de beruchte inpakperikelen, het opzetten van de tent na een vermoeiende rit of aanhoudend kindergeruzie op de achterbank. Het spannendste ogenblik bij het gezin van de secretaris breekt overduidelijk aan bij het inspecteren en inschatten van een potentiële camping.

De secretaris gaat al jaren op de bonnefooi naar zijn vakantiebestemming. Kamperen vraagt om goed weer en derhalve dient er rustig afgewacht te worden hoe de weergoden Europa in de zomerperiode gezind zijn. Via weeronline worden enkele weken voorafgaand aan het vertrek enkele piketpaaltjes geslagen om de meteorologische ontwikkelingen in diverse regio’s in de gaten te houden. Dit levert vanaf de bank thuis in eerste instantie veel voorpret op, want tegelijkertijd onderwerpt de secretaris de campings in betreffende gebieden aan een grondige inspectie.

De reacties op Zoover werken daarbij ongelooflijk op de lachspieren: gasten die zeveren over een ontbrekend balletje bij de voetbaltafel, een incidentele stank op de plee of een niet helemaal correct afgeleverde bestelling van de ochtendbroodjes: er lijkt nergens zoveel geklaagd te worden als op vakantie. Tussen al dit genuil door is de secretaris zelf op zijn hoede voor bedreigende termen als ‘lawaai’, ‘starre eigenaar’, ‘geen schaduw’ of ‘animatieteam’.

Ook worden de prijzen en foto’s op de websites gewikt en gewogen en aan de hand van een aantal in het gezin democratisch vastgestelde criteria beoordeeld: de oudste zoon wordt opstandig zonder WiFi, dochterlief verdrietig zonder waterpret en de jongste zoon moet ruimte hebben om aan te kunnen klooien. Tevens dient ingeschat te worden of er voor de kinderen Nederlandse leeftijdsgenootjes aanwezig zijn om samen mee te spelen, zodat de secretaris onderwijl ruim baan kan geven aan zijn door het jaar heen onderdrukte bibliofiele genoegens.

De twijfel over de keuze van de camping slaat vlak voor vertrek soms al een beetje toe, maar is niets vergeleken bij het oprijden van het campingterrein: nu is het moment aangebroken dat één van de echtelieden het finale oordeel zal moeten vellen. Met lood in de schoenen wordt er een ommetje gemaakt en aangezien de emoties enigszins oververhit zijn, heeft de inspecteur van dienst niet meer alle criteria netjes op een rijtje. Bij terugkomst bij de auto kijken de andere vier gezinsleden hoopvol op en na een kort “En…?” doet de secretaris of zijn eega kort verslag van de bevindingen en wordt gezamenlijk een conclusie getrokken. U zult begrijpen dat bij een eerste afwijzing op de dag nog met enige moed naar een volgende bestemming wordt gereden, maar dat de druk bij elk volgend bezoek in het kwadraat toeneemt.

De laatste jaren ontstaat in het gezin van de secretaris de neiging om de camping-inspectie met z’n vijven te doen, want deze verantwoordelijkheid is in je eentje nauwelijks meer te dragen. Bovendien kunnen de spontane reacties van de kinderen (“joepie, een beekje!”) helpen om uiteindelijk dan toch een juiste keuze te maken. En, het moet gezegd worden: de secretaris kan, in al zijn omgevingsgevoeligheid, best tevreden terugkijken op de geselecteerde onderkomens van de afgelopen jaren. Misschien toch maar eens solliciteren bij de ANWB of de ACSI?

Kamperen doe je eh… zo.

Het is al een paar dagen dertig graden en de Tour is gisteren op weg geschoten. Daarmee kunnen we met vrij grote zekerheid constateren dat het zomer is. Tijd om ons druk te maken over de zomervakantie dus. Hoewel er nauwelijks stressvollere situaties denkbaar zijn dan vakantiereizen (ellendige autoritten met ongelukken of panne onderweg, felblauwe  meren waar kinderen in kunnen verdrinken, diepe ravijnen waar diezelfde kinderen helemaal niet op crocsen langs zouden moeten huppelen, blikseminslagen in je tent en óók erg: buren op de camping die hun kinderen afsnauwen), kijk ik er wel weer naar uit. Ik ben twee keer een hele zomer thuis geweest omdat er kinderen geboren werden in de verkeerde maanden en ik vond het helemaal niks. Dat eindeloos thuis zijn dan, hè.

Nee, dan toch maar liever de tent in de bestelbus slingeren en naar het Zuiden tuffen. We hebben een nieuwe tent (bestelbus trouwens ook, maar daar gaan we het nu niet over hebben), een echte Bardani van de Wit. Gekocht vorig jaar aan het einde van de zomer. Hoewel deze forse tunnel best zal volstaan, heb ik er sinds vanochtend toch spijt van. In het Volkskrant Magazine kwam ik namelijk deze tenten tegen:

Schermafbeelding 2015-07-05 om 08.33.31Tentsile maakt tenten die je als een hangmat tussen drie bomen laat zweven. Hoe cool is dat! Nooit meer last van boomwortels en keien onder je grondzeil! Nooit meer op zoek naar een zo vlak mogelijk plekje! Nooit meer een hongerige beer die aan de rits staat te pulken (ok, dat hebben we nog nooit meegemaakt, maar het zou toch kúnnen?)!

Ik ben ook beroepsmatig erg gecharmeerd van wat Tentsile doet. Hun branding zit prima in elkaar. Kijk maar eens naar hun site. Een beter voorbeeld van de uitwerking van het archetype Magician is nauwelijks te vinden. Daarnaast is het een schitterend voorbeeld van wat in creativiteitstermen een symphony heet: een combinatie van schijnbaar totaal gescheiden zaken. In dit geval een hangmat en een tent natuurlijk.

Ik zie ook nadelen. Het getoonde exemplaar lijkt me wat aan de transparante kant voor bepaalde passievolle activiteiten. Waar ga je eigenlijk koken zonder dat het gebakken lucht wordt? En als er een keertje geen bomen zijn kan ie wel op de grond staan, maar naar het schijnt alleen bij droge omstandigheden. Als we deze zomervakantie hetzelfde weer krijgen als vorig jaar, wordt dat toch een probleempje. Misschien is die Bardani toch zo gek nog niet.

Bureau Sport: mooie aanvulling op een goed gevuld landschap

In het genre televisiesportjournalistiek zijn al heel wat geslaagde en minder geslaagde subgenres aan onze ogen gepresenteerd. Naast de logische directe verslaggeving kennen we bijvoorbeeld ook het eindeloze geleuter aan de voetbaltafel van VI, de met liefde gemaakte docu’s van Andere Tijden Sport, sportjournaals in vele kleuren en maten en de Kasteeltjesmarathon van De Mart. En wat te denken van het oude Die twee, nieuwe koeien? In dit speelveld van extremen is het een bijzondere prestatie van Frank Evenblij en Erik Dijkstra dat ze met Bureau Sport een geheel nieuwe dimensie toegevoegd hebben. Laten we hun programma kwalificeren als lollige, experimentele onderzoeksjournalistiek. Of zoals ze op de eigen website hebben staan: “Bureau Sport is een afwisselend, prikkelend, satirisch, kritisch, actueel en nostalgisch sportprogramma over waarheden en onwaarheden in en rondom de sportwereld waarin mysteries en mythen worden ontrafeld…Frank en Erik gaan tot op de bodem en zullen er niet voor terugdeinzen om hoogstpersoonlijk aan allerlei sportieve experimenten te worden blootgesteld. Alles voor de waarheid, nietwaar?” Afgelopen week was Bureau Sport elke avond te zien in aanloop naar de Tour de France. Zo’n beetje elk denkbaar wieleronderwerp kwam voorbij. Veel werd door de corpulente Evenblij (die niet te beroerd is om zichzelf voor aap te zetten in een XXXXL wieleroutfit) en de wat meer atletisch gebouwde Dijkstra zélf uitgeprobeerd. Zo gingen de heren op dopingcontrole bij Bram Tankink, probeerden ze bij Lotto Jumbo net zo snel als een mechanieker een achterwiel te verwisselen (duurde langer dan een minuut), deden ze Alberto Contador een knalgele kanarie cadeau, spraken ze met Fabian Cancellara over de kunst van het dalen, probeerden ze Ellen van Dijk te verslaan met een opgevoerde fiets (lukte niet) en gingen ze als Bassie en Adriaan de renners aanmoedigen op een Zwitserse berg. Hilarisch: De toon van Bureau Sport is die van de nieuwsgierige leek. Heerlijk naïef en vrolijk. Maar toch ook weer niet. Het programma gaf de afgelopen week net zo goed een inkijk in de donkere zijde van de sport, waar doping carrières, huwelijken en levens maakt én breekt. Terwijl Evenblij en Dijkstra zich mild opstelden in hun verhoorwagen, zag je menig oudrenner toch weer schichtig knipperen met de ogen en het liefst maar half bekennen. Met hun unieke stijl, hun humor en hun af en toe kinderlijke insteek zorgen de heren van Bureau Sport voor een waardevolle aanvulling in het sporttelevisielandschap. Hulde!

Terugkeer van de tragiek (2): Thierry Claveyrolat

Zomaar een zomer eind jaren ’80. De secretaris bracht de vakanties vaak grotendeels buiten(spelend) door. Maar voor een bergetappe van de Tour de France deerde het hem niet om zich, ondanks stralend weer, binnen even terug te trekken voor de buis. Geen wonder, want de secretaris was destijds trots drager van een bolletjestrui met een foto van local -toen nog- hero Gert-Jan Theunisse, ofschoon de klimmer uit Berghem volgens zijn tante die bij hem op school zat een “kapsoneslijer” was. Theunisse had destijds bij de strijd om het mooiste tricot concurrentie van een even avontuurlijke Fransman, gezegend met de prachtige naam Thierry Claveyrolat.

Claveyrolat (1959) leek een mooie toekomst beschoren: alhoewel hij een relatieve laatbloeier was, stond hij medio jaren ’80 aan de vooravond van een doorbraak om samen met zijn landgenoot Charley Mottet de Fransen hoop te geven op succesvolle daden in de Tour de France. In 1986 won hij twee etappes en het bergklassement in de Dauphiné Libéré, achteraf de rittenkoers waar hij zijn (klim)talenten het meest etaleerde. De Tour bleek op de een of andere manier toch een moeilijke zaak voor Claveyrolat, want de glorie liet enkele jaren op zich wachten.

Claveyrolat (rechts) naast Steven Rooks op Alpe d’Huez in de Tour van 1991. Bron: parool.nl

Claveyrolat zag zich genoopt om zijn momenten te kiezen, want 3 weken continu op een hoog niveau rijden leek teveel gevraagd. Tijdens sommige bergetappes verschanste hij zich in het peloton, maar een dag later kon het heel anders zijn: net als Theunisse ging hij dan vol voor de dagzege en de bolletjestrui. In 1990 werd hij dan uiteindelijk beloond: de 10e etappe werd zijn prooi en in Parijs mocht hij aan heel de wereld dan die felbegeerde rood-witte trui laten zien. Een jaar later won hij weer een etappe, maar de bolletjestrui moest hij aan Claudio Chiappucci laten. Daarna ging de wielerloopbaan van de “adelaar van Vizille” langzaam bergafwaarts, ofschoon hij in zijn geliefde Dauphiné nog steeds liet zien waartoe hij als wielrenner in staat was.

Na zijn loopbaan begon hij een goedlopend café en verscheen hij in een TV-programma waarin hij 1 miljoen Franse frank won. Het geluk leek hem aan alle kanten toe te lachen. Maar in de zomer van 1998 slaat het noodlot keihard toe. Op een provinciale weg veroorzaakt hij een frontale aanrijding waarbij de tegenliggers, een vader en een zoon, omkomen. Claveyrolat kan de schuld van het ongeval niet verdragen en de levensweg van de gewezen klimmer is vanaf dan alleen nog maar een afdaling. Hij ziet nog maar één uitweg: ruim een jaar later pleegt hij thuis zelfmoord.